maandag 5 april 2010

Wai-o-tapu, Coromandel en Far North

Na White Island hebben we nog een attractie bezocht die niet bekend staat om de prettige lucht, namelijk Wai-o-tapu, Thermal wonderland. Oftewel een park voor de hele familie. Op je gemak kun je hier rondlopen langs allerlei vage natuurverschijnselen; bubbelende modder, dampende kraters, stomende meren, felgekleurde waterstroompjes, etc. Het lijkt allemaal efficient en compact aangelegd zodat je met een wandeling van zo'n 2 uur alles gezien hebt. Maar het is dus puur natuur. Behalve de Lady Knox geiser die dagelijks om 10:15u een show weggeeft. Vanaf de tribune krijgt het massaal toegestroomde publiek eerst een praatje van een paar minuten te horen, waarna de host een zakje met een soort zeep in de geiser gooit en hierna snel de benen neemt. Het zeep zorgt ervoor dat het hete en koude water onder de grond mengen en dit resulteert in spuitend water dat soms wel tot 20m hoogte komt. Zo indrukwekkend als White Island was dit wonderland uiteindelijk niet, maar wel bijzonder om te zien.




Vanuit "die LUCHT!" zijn we doorgereden naar de Coromandel, een vakantiegebied voor veel Kiwi's. Aangezien het Paasweekend voor de deur stond was het dan ook lekker druk. Het lijkt wel alsof iedere Kiwi een eigen boot heeft en deze meeneemt als ze van huis gaan. Wij hebben weinig gedaan; even naar het stuk strand gereden waar heet water uit de grond komt als je een kuil graaft. Hebben wij niet gedaan, maar wel gevoeld dat het goed warm was. Even verderop ligt Cathedral Cove, een grote uitsparing in de rotsen waar je onderdoor kunt lopen. Het weer viel helaas een klein beetje tegen, dus luieren op het strand maakte plaats voor boek lezen in het hostel.



Na deze mini-break zijn we doorgereisd naar het hoge Noorden, oftewel de Far North. Op het uiterste puntje ligt Cape Reinga. Waar wij een ruig, verlaten landschap verwachtten, kwamen we aan bij een overvolle parkeerplaats waar de bussen net een grote lading toeristen hadden uitgespuwd. Desondanks wel een mooie plek om gezien te hebben en te lunchen, hoewel we later in de Lonely Planet lazen dat dit niet de bedoeling is. Cape Reinga is een heilige plek voor de Maori en eten en drinken in dit gebied wordt als respectloos beschouwd - oeps. Op de terugweg hebben we nog een stop gemaakt bij de Te Paki Giant Sand Dunes. Een stel enorm hoge duinen, sommige wel 90m, waar wederom de nodige toeristen rondhangen. Met bodyboards en sleetjes razen de waaghalzen naar beneden en happen het nodige zand naar binnen.





Inmiddels zijn we aangekomen in Paihia, in de Bay of Islands, onze laatste stop voor Auckland. Zoals de naam al zegt, stikt het hier van de eilandjes, maar onze reden om hier te stoppen was vooral de mogelijkheid om met dolfijnen te zwemmen. Dus stapten we vanmiddag weer in de boot op zoek naar dolfijnen. Zo'n twee uur later had een andere boot ze gevonden en tipte onze stuurvrouw. Een groep van 20-25 dolfijnen zwom op 't gemakje tussen de boten met enthousiaste toeristen. Ook wij hebben weer de nodige foto's gemaakt en wie weet zit er een mooie tussen. Helaas was deze groep niet zo speels en hebben we geen foto's van vliegende dolfijnen. Nogmaals helaas was het feit dat we niet met deze groep mochten zwemmen, omdat er een aantal jonge beesten bij waren. Vanuit de Department of Conservation is het dan niet toegestaan om het water in te gaan, want de jongen moeten ongestoord kunnen drinken bij hun moeder. In de resterende twee uur van de trip hebben we geen dolfijn meer gezien, maar nog wel vijf keer moeten horen dat er 's ochtends toch zo'n enorm grote groep was gespot en dat ze echt ergens moesten zwemmen... Beetje teleurstellend dat we juist op deze trip maar een groep tegen kwamen. Ter compensatie voor het niet kunnen zwemmen kregen we een deel van het geld terug.


Morgen gaat de trip verder naar onze laatste bestemming, Auckland, en gaan we onze blauwe bolide inleveren. Dan hebben we vervolgens nog een volle dag om de laatste dollars op te brassen om op donderdag in het vliegtuig naar huis te stappen. Vrijdagochtend om 7u staan we als alles goed gaat weer op Hollandsche bodem.

dinsdag 30 maart 2010

White Island en "Die LUCHT!"

Vanuit Napier ging de reis verder naar Whakatane. Op de kaart leek deze rit prima te doen, maar ze hebben een flink aantal bochten in de route voor het gemak maar weggelaten. De weg slingerde langs de kust naar boven om vervolgens bij Gisborne linksaf naar de Bay of Plenty te gaan. Naast enorme stukken door bos gereden te hebben, reden we hier ook door het zogenaamde Teletubbie landschap van glooiende groene heuvels. We hadden onze trip naar White Island al geboekt en zouden de avond voor vertrek gebeld worden om te horen of de boot ook daadwerkelijk kon uitvaren. Om 19:15u ging de telefoon en helaas niet zo'n goed nieuws; er werd een harde wind voorspeld en het besluit om wel of niet uit te varen werd verschoven naar de volgende ochtend om 8 uur. De kans was 50/50, dus fingers crossed. Gelukkig kregen we de volgende ochtend het gehoopte telefoontje en werden we om 9:30u verwacht in de haven. Lekker warm, blauwe lucht, kalm water, niks aan het handje, toch? Als eerste namen we plaats op het bovendek van de boot, lekker buiten. Na een minuut of vijf varen hadden we de rivier verlaten en kwamen we op open zee. Al vrij snel werd duidelijk waarom er twijfel was over het doorgaan van de trip. De golven werden met de minuut hoger en hoewel het een vrij groot en modern schip was, gingen we aardig heen en weer. Niet iedereen op de boot trok dit even goed en wederom werden er de welbekende zakjes tevoorschijn gehaald... niet voor ons gelukkig (waarschuwing voor Niels: het valt niet mee om kotsende mensen buiten je vizier te houden).

Na zo'n anderhalf uur varen ging de boot voor anker voor de kust van White Island. Een kleine rubberboot moest 66 passagiers aan land brengen. Normaal, bij een rustige zee, gaan er zo'n 13 man in de boot maar nu ging het in groepjes van 4, maximaal 6. Dit om te zorgen dat het uitstappen uit de rubberboot bij een paar ladders snel genoeg kon om de grote golven zoveel mogelijk te ontwijken. Aangezien wij als een van de laatste van boord gingen, kunnen we vertellen dat het niet altijd even goed ging. Wij kwamen echter redelijk droog aan wal. Eenmaal op het eiland werden we door een gids rondgeleidt langs de meest bizarre natuurverschijnselen die we ooit gezien hebben. We liepen langs kokende modder, sissende kraters, gaswolken, een zuur meer en de resten van een oude sulfiet mijn. Dit alles veraangenaamd met een doordringende zwavellucht. De gasmaskers die we hadden gekregen bleken geen overbodige luxe. Vooral in de buurt van de gaswolken, waar we erg dichtbij mochten komen, voelde je de huid tintelen, de ogen prikken en de keel protesteren. Blijkbaar is het niet schadelijk voor je, want de gids trok dit alles ook zonder masker en was enige tijd medisch getest op de gevolgen van zijn werk en het had geen schadelijke gevolgen. Al met al een heel bijzondere ervaring, onwerkelijk en door al het natuurgeweld om je heen voel je je kwetsbaar. Gelukkig wist de gids te vertellen dat we bij een uitbarsting, welke niet ondenkbaar is, geen kant op konden en ook niet hoefden te verwachten dat de boot ons kwam redden, want die zou snel mogelijk dekking zoeken om later onze helmpjes uit het water te vissen.

Na alles gezien te hebben voel je dan ook een zekere urgentie om terug de boot op te gaan. Dit ging zo mogelijk nog moeizamer dan de heenreis. De wind was inmiddels verder aangetrokken en de golven beangstigend hoog. Met bijzonder knap stuurmanswerk wisten ze de rubberboot bij de ladders te manoevreren, waar het vervolgens een loterij werd wie zeiknat werd en wie niet. Wij wonnen :) Met slechts een paar natte plekken wisten we de grote boot te bereiken. Volgens de stuurman in de rubberboot die zelf inmiddels doorweekt was, had hij het in de 8 jaar dat hij dit deed nog niet zo meegemaakt. Goed, wat hadden we weer een "mazzel" (denk aan Abel Tasman). De weg terug was spectaculair, metershoge golven en een grote groep dolfijnen (daar zijn ze weer). Dit keer de common dolphins. Die hadden we nog niet gezien, maar nu dus waanzinnig veel. Soms zagen we er wel tien tegelijkertijd het water uitspringen, zo tof! Dit vond trouwens niet iedereen op de boot, want op het moment dat de boot vaart minderde om de dolfijnen goed te kunnen bekijken, was het geluid van kotsende mensen overal aanwezig. Zij die het binnen hielden genoten van een waar spektakel.

Terug aan land ging de reis verder naar de slaapplaats van vandaag, Rotorua. Stad van de putlucht! Dit gebied is nogal actief onder de aardkorst dus uit alle gaten en kieren komen fijne dampen naar boven. Een raampje open zetten heeft dus weinig zin want "Die LUCHT!", zoals vrind Joling het zou zeggen, is overal. We zullen zien of het went, want morgen gaan we de omgeving verkennen.

P.S. We hebben nu ook nog meer foto's toegevoegd bij het verhaal over de Tongariro Crossing.











zondag 28 maart 2010

Tongariro Crossing

In Wellington hebben we de plannen voor het noord eiland verder uitgewerkt. Overigens heeft "windy Wellington" z'n naam meer dan waar gemaakt. Wilden we oorspronkelijk twee nachten blijven, werden we door de harde wind en regen gedwongen nog een extra nacht te blijven omdat naar buiten gaan een absolute no go was. Dit gaf ons wel de tijd om de rest van de trip te plannen. De eerste stop: National Park (ja zo heet het echt), een klein plaatsje aan de rand van een national park waarin drie actieve vulkanen liggen. Voor de filmliefhebbers, Mount Doom, uit die film over een ring, is er een van. Verder ligt in dit park "New Zealands best one day walk", de Tongariro Alpine Crossing. Deze wandeling van 19,4km leidt je over de Tongariro vulkaan (1978m) en door een spectaculair landschap. Op deze trip hebben we Femke, het zusje van Ieke, ook meegenomen, alsof ze nog niet genoeg had afgezien op de fiets ;)

De wandeling begint niet op hetzelfde punt als waar deze eindigt, dus werden we 's ochtends om 7:15u met de bus naar de start gebracht, waar we te horen kregen dat we om uiterlijk 16:30u bij de parkeerplaats aan de andere kant van de vulkaan moesten zijn. Klinkt makkelijk zat, maar bedenk dat de tocht begint met een klim van bijna 900m en eindigt met een lange afdaling van bijna 1100m. Ook nu weer ontzettend veel mazzel met het weer en dat maakt het uitzicht des te mooier (zowel de dag ervoor als erna was de berg in wolken gehuld). We hebben in een van de reacties eerder gelezen dat het soms lijkt alsof we alleen op de wereld zijn op al die mooie plekjes. Dit keer was dit niet helemaal het geval. Met bussen tegelijk worden grote groepen enthousiastelingen gedropt om in een lange rij over de berg te lopen. Over het algemeen heb je hier verder geen last van, maar aangezien de paadjes soms smal zijn is het inhalen van slakken lastig. Overigens werden we zelf ook meerdere malen voorbij gerend(!), rare jongens en meisjes die Kiwi's. Na het beklimmen van de Devil's Staircase (inmiddels liggen er ook echt traptredes waardoor de "Devil" enigzins uit de beklimming is gehaald, maar nog steeds pittig is), kom je op een splitsing waar de ware klimgeiten nog een paar honderd meter omhoog kunnen naar de top van Mount Doom. Wij hebben dit maar overgeslagen na het zien van de extreem steile route. Misschien kunt u zich nog de hel van de eerste dag Banks Peninsula Track herinneren waarbij Ieke bijna bezweek onder de brandende zon. Goed nieuws, ondanks de zon dit keer niks van dat alles. We hebben de track alledrie zonder al te veel moeite volbracht. Moe en voldaan hebben we 's avonds de calorieen weer aangevuld met een degelijke "Mountain Burger" en friet.

Op moment van schrijven zitten we in Napier, Art Deco capital of the world, aan de oostkust (de gezusters Oud hebben genoten van de architectuur). In de stromende regen kwamen we hier aan. Dat gaf ons tijd om de hostels voor de ons resterende tijd te boeken. Morgen gaat de reis verder naar Whakatane, vanuit waar we een bezoek gaan brengen aan White Island (opnieuw een vulkaan). Daarna door naar Rotorua, ook iets met vulkanen en geisers. Vervolgens gaan we kijken in een gebied waar de Kiwi's zelf graag op vakantie gaan, de Coromandel om daarna nog een bezoek te brengen aan het noordelijke puntje. Uiteindelijk zakken we dan weer af naar Auckland en stappen op 8 april in het vliegtuig terug naar huis. Nu alles is vastgelegd wordt plots duidelijk dat het eind van deze vakantie in zicht is. Gelukkig nog een paar toffe "attracties" in het vooruitzicht.












Meer foto's volgen later. Het internet hier is namelijk te brak om normaal foto's te uploaden.

dinsdag 23 maart 2010

Abel Tasman, Golden Bay en QCT

Dus we gingen kayakken. Om 7:50u verzamelden we bij de kayak-toko en werden we met een stel Engelsen, Canadezen en een Japans meisje in de bus gestopt naar de watertaxi. Op het moment dat we de trip hadden geboekt was het stralend weer en volgens de eigenaar van het hostel zou dat de volgende dag ook nog wel zo zijn, ondanks de wat slechtere voorspellingen op z'n computerscherm. "It might be a bit windy, but normally the bad weather simply passes by." En daar sta je dan in je zwembroek en je slippers aan de kade te wachten. Iet wat fris (understatement) en een gevaarlijk donkere lucht op rechts. Eenmaal plaatsgenomen in de watertaxi werd er druk overlegd tussen onze kayakgids en de schipper. Eerst grappend, maar al snel zorgelijke gezichten. De zee bleek veel wilder dan normaal en de watertaxi stuiterde als een dolle over de golven. Steeds opnieuw knalde de boot op het water bij de zoveelste hoge golf. Na ruim een half uur stuiteren kwamen we aan bij het strand waar we uit moesten stappen om te gaan kayakken. Er heerste wat twijfel in de groep of het wel zo verstandig was en gelukkig werd deze twijfel gedeeld door onze gidsen. Na overleg met het hoofdkwartier van de kayak-toko werd besloten de trip te annuleren. De kayaks werden op het strand achtergelaten omdat de golven inmiddels zo hoog waren dat ze niet meer op de watertaxi gelegd konden worden. Stuiterend gingen we weer terug. Een van de Canadeze meisjes zag inmiddels groen en geel en liet in een plastic zak iets achter dat verdacht veel weg had van een goed gevulde tomatensoep uit zak... Gelukkig was ze de enige. Terug aan wal hadden we nog een halve dag voor ons en omdat de lucht inmiddels weer blauw was, besloten we 's middags Abel Tasman te voet te verkennen. Daarvoor moesten we voor de derde keer met de watertaxi over de golven. Afgezet op een prachtig strand hebben we zo'n 4,5 uur gewandeld langs de schitterende kustlijn van Abel Tasman.
De volgende dag mochten we het kayakken nog een keer proberen. Dus wederom in de zwembroek en slippers aantreden en het hele riedeltje nog een keer. Dit keer een kalme zee, dus we zagen het vol vertrouwen tegemoed. De kayaktrip begon met een rondje om een eiland waar een grote zeehondenkolonie zit. Zo dichtbij hadden we ze nog niet gezien, ze kwamen zelfs naast ons bootje zwemmen. Ruud kan inmiddels bevestigen dat ook zeehonden uit het water springen :) Ook nog langs een dobberende pinguin gevaren. Na de beestenboel was het peddelen geblazen om weer terug te komen bij de kust, waar de trip uiteindelijk eindigde op het strand voor een goede lunch. Hier werden de wandelschoenen ook weer aangetrokken om de tweede etappe te lopen. Vergelijkbaar met wat de dag daarvoor hadden gezien, dus weer mooie uitzichten.









Vanuit Abel Tasman zijn we vervolgens verder gegaan naar het noordwesten van het zuid eiland, naar de Golden Bay. We hadden ons vooraf niet echt verdiept in wat hier zoal te beleven is. Op advies van de eigenaar van het hostel hebben we een dagtrip gepland die uiteindelijk meer dan de moeite waard bleek. Het begon met een kraakheldere waterbron. Vervolgens reden we verder naar Farewell Spit, het uiterste puntje. Helaas sloeg het weer om maar werden we wel verblijd met regen die een fraaie regenboog veroorzaakte. Ook zonder strak blauwe lucht waren we in een bijzonder fotogenieke omgeving, met mooie stranden en zandduinen.







De reis ging hierna verder naar Picton waar een weerzien met een andere telg van de Oud familie plaatsvond. Samen met Femke zouden we de Queen Charlotte Track (QCT) in de Marlborough Sounds gaan mountainbiken. Een tweedaags avontuur was het plan. Ook hier was het weer vroeg opstaan geblazen, want al om 7:30u werden we in de haven verwacht om op de boot te stappen die ons met fiets en al naar het startpunt zou brengen. Onderweg weer dolfijnen gezien, dit keer echt belachelijk dichtbij :) De eerste dolfijnen voor Femke dus die was helemaal blij.
Met de fietsen kregen we ook een klein kaartje waarop de route voor de twee dagen stond beschreven. Dag 1 beloofde ons meer dan 900m hoogtemeters. Na de allereerste steile beklimming bleek dat dit wel eens wat te veel van het goede kon gaan worden. Bovendien bleek dit stuk van de track geschikt voor Advanced mountainbikers, dus eigenlijk niet voor fietsers die normaal op asfalt rijden. Na een paar honderd meter klimmen op het smalle echte QCT pad werd duidelijk dat we ons nog niet tot de Advanced mountainbikers konden rekenen. Omdat we nog ruim 30km voor de boeg hadden besloten we de voor de veilige route te kiezen. Via een omweg over de weg was het mogelijk om een flink stuk van de zware track te omzeilen, dit betekende echter niet dat er geen klimwerk aan te pas kwam. Uiteindelijk moesten we toch weer op het pad van klei en steen omhoog om zo onze eindbestemming van dag 1 te kunnen bereiken. Dit betekende vooral omhoog lopen en fietsen meesleuren, dodelijk vermoeiend in de brandende zon. Het laatste stuk was beter te rijden en ging naar beneden, waar uiteindelijk een geweldig resort lag verscholen. Hier hebben we genoten van een heerlijk diner om vervolgens uitgeput naar bed te gaan.
De volgende ochtend bleek het weer omgeslagen, en niet zo'n beetje ook. Een harde wind en bakken met regen. Ieke had na de hoofdpijn die dag 1 had opgeleverd eigenlijk al besloten het voor gezien te houden en met de watertaxi terug te keren naar Picton. Femke en Ruud gingen de uitdaging aan om ook het laatste stuk te volbrengen. Weer begon het met flink klimwerk en fiets duwen, maar daarna werd het pad minder Advanced en werd het zelfs heel leuk. De regen zorgde voor de nodige modder wat het geheel een extra dimensie gaf. Sommige stukken van de track waren echter vooral klei en wanneer deze nat wordt, wordt het echt een ranzige bende. Al snel koekte de klei zo hard vast aan de banden dat al het profiel was verdwenen waarmee het onmogelijk werd om nog tegen de stroom water omhoog te fietsen. Gelukkig was de klei slechts een beperkt stuk van de track en was de rest vooral het mountainbiken zoals we dat voor ogen hadden op moment van boeken.






Inmiddels hebben we het zuid eiland vaarwel gezegd en zijn we aangekomen op noord. We zullen een paar dagen in Wellington verblijven en de verdere plannen zijn nog onduidelijk...

dinsdag 16 maart 2010

Paarden en ijs

Het heeft even geduurd, maar wees gerust, we hebben het paardrijden overleefd. Ruud vond het uiteindelijk niet zo heel spannend, want bijna de hele tijd reed het paard netjes stapvoetsgewijs achter zijn voorganger aan. Op een paar kleine stukken na waarop ie plots besloot gas te geven. Dit ging meestal goed, maar helaas nam hij een bocht langs een ijzeren hek wat krap en vergat even dat er nog iemand bovenop hem zat. Gevolg, een pijnlijk geschaafd scheenbeen. Het blijft de vraag of dit nu aan de stuurmanskunst van Ruud lag, of de nonchalance van het paard. Ieke kreeg met haar jarenlange ervaring een volbloed toegewezen (eentje die nooit uitblonk in races, maar waar genoeg pit in zat). Op sommige stukken werden de kneuzen van de groep gescheiden en mochten de kenners even gas geven. Als een malloot scheurde Iekes paard door de bossen en bleek het maar goed dat je zo'n suf helmpje op moet anders was ze zo goed als onthoofd door rondzwiepende takken ;-)


Vanuit Queenstown zijn we doorgereden naar Franz Josef aan de Westkust, bekend vanwege de Franz Josef gletsjer, en in de buurt de Fox gletsjer. Om de rit wat te veraangenamen, hebben we onderweg een stop gemaakt bij Puzzling World. Hier hebben ze een grote collectie aan optische illusies, uiteenlopend van hologrammen tot een Ames kamer. Verder hebben ze buiten nog een groot doolhof, waarin we een dik uur hebben rond gedwaald. Uiteindelijk wel aan de "opdracht" voldaan om alle hoeken af te vinken, maar de uitgang hebben we via een minder nette manier bereikt (ja we hebben vals gespeeld, maar we moesten door! :)


In Franz Josef heeft Ieke even een rustdag genomen, omdat het toch wel vermoeiend is zo'n reis. Ruud was niet te houden en moest de gletsjer op, je kent 'm. 's Avonds was hij helaas te laat om nog een dagwandeling te kunnen boeken, dus er zat niets anders op dan de wekker om 7:30u te zetten en te hopen dat er 's ochtends nog een plek over was. Helaas, de dagwandeling op de Franz Josef was volledig volgeboekt. Gelukkig wist de gozer achter de receptie een alternatief, een guided hike op de Fox gletsjer. Ook deze tent zou vanaf 7:30u open moeten zijn, maar het antwoordapparaat nam op. Minuten later nog steeds geen gehoor. Aangezien Ruud de vermoeidheid van het reizen ook begint te merken, werd het plan om weer terug in bed te kruipen steeds aanlokkelijker. Na een snelle douche nog een keer proberen om te bellen en er werd zowaar opgenomen en ze hadden nog een plekje vrij! De Fox gletsjer ligt zo'n half uur rijden van Franz Josef dus na een snelle boterham scheurde Ruud in de blauwe bolide naar de gletsjer. Precies een minuut te laat kwam hij aan en kon hij nog snel een setje handschoenen scoren om vervolgens met de groep op pad te gaan. De groep werd onderaan de gletsjer opgedeeld in twee en Ruud besloot bij de gids uit Nepal aan te sluiten. Dit bleek een goede keus, want het werd eenmaal op de gletsjer snel duidelijk dat deze man zo'n beetje op het ijs geboren is. Als een ware berggeit ging hij ons voor om een pad te zoeken en waar nodig wat in het ijs te hakken om het voor de groep wat beter begaanbaar te maken. De groep was overigens eenmaal op het ijs met een man minder. Geen ongeluk, maar een Australier zat er helemaal doorheen na de klim van 800 (!) tredes naar de voet van de gletsjer. Hij werd met een helikopter opgehaald en heeft het ijs dus verder vanaf grote hoogte gezien. Spijtig voor hem, want up close met het ijs, ziet het er echt onwijs mooi uit (zie foto's). Uiteindelijk duurde de wandeling zo'n zeven uur, waarvan ruim vier daadwerkelijk op het ijs. Terug in Franz Josef hebben we 's avonds samen een eettent opgezocht en een serieus dikke pizza verorberd: lekker!

Vanuit Franz Josef zijn we verder langs de kust naar het noorden gereden, op weg naar Abel Tasman National Park. Hoewel deze rit in een dag te doen is als je de hele dag achter het stuur doorbrengt, hebben wij een tussenstop gemaakt in Westport. Een duidelijke no-go op je route in dit prachtige land, hoewel het strand even verderop dan wel weer de moeite waard is. Inmiddels zijn we aangekomen in Motueka dat tegen Abel Tasman aanligt. Morgen gaan we dit National Park verkennen met een kayak en een stuk te voet.