Na zo'n anderhalf uur varen ging de boot voor anker voor de kust van White Island. Een kleine rubberboot moest 66 passagiers aan land brengen. Normaal, bij een rustige zee, gaan er zo'n 13 man in de boot maar nu ging het in groepjes van 4, maximaal 6. Dit om te zorgen dat het uitstappen uit de rubberboot bij een paar ladders snel genoeg kon om de grote golven zoveel mogelijk te ontwijken. Aangezien wij als een van de laatste van boord gingen, kunnen we vertellen dat het niet altijd even goed ging. Wij kwamen echter redelijk droog aan wal. Eenmaal op het eiland werden we door een gids rondgeleidt langs de meest bizarre natuurverschijnselen die we ooit gezien hebben. We liepen langs kokende modder, sissende kraters, gaswolken, een zuur meer en de resten van een oude sulfiet mijn. Dit alles veraangenaamd met een doordringende zwavellucht. De gasmaskers die we hadden gekregen bleken geen overbodige luxe. Vooral in de buurt van de gaswolken, waar we erg dichtbij mochten komen, voelde je de huid tintelen, de ogen prikken en de keel protesteren. Blijkbaar is het niet schadelijk voor je, want de gids trok dit alles ook zonder masker en was enige tijd medisch getest op de gevolgen van zijn werk en het had geen schadelijke gevolgen. Al met al een heel bijzondere ervaring, onwerkelijk en door al het natuurgeweld om je heen voel je je kwetsbaar. Gelukkig wist de gids te vertellen dat we bij een uitbarsting, welke niet ondenkbaar is, geen kant op konden en ook niet hoefden te verwachten dat de boot ons kwam redden, want die zou snel mogelijk dekking zoeken om later onze helmpjes uit het water te vissen.
Na alles gezien te hebben voel je dan ook een zekere urgentie om terug de boot op te gaan. Dit ging zo mogelijk nog moeizamer dan de heenreis. De wind was inmiddels verder aangetrokken en de golven beangstigend hoog. Met bijzonder knap stuurmanswerk wisten ze de rubberboot bij de ladders te manoevreren, waar het vervolgens een loterij werd wie zeiknat werd en wie niet. Wij wonnen :) Met slechts een paar natte plekken wisten we de grote boot te bereiken. Volgens de stuurman in de rubberboot die zelf inmiddels doorweekt was, had hij het in de 8 jaar dat hij dit deed nog niet zo meegemaakt. Goed, wat hadden we weer een "mazzel" (denk aan Abel Tasman). De weg terug was spectaculair, metershoge golven en een grote groep dolfijnen (daar zijn ze weer). Dit keer de common dolphins. Die hadden we nog niet gezien, maar nu dus waanzinnig veel. Soms zagen we er wel tien tegelijkertijd het water uitspringen, zo tof! Dit vond trouwens niet iedereen op de boot, want op het moment dat de boot vaart minderde om de dolfijnen goed te kunnen bekijken, was het geluid van kotsende mensen overal aanwezig. Zij die het binnen hielden genoten van een waar spektakel.
Terug aan land ging de reis verder naar de slaapplaats van vandaag, Rotorua. Stad van de putlucht! Dit gebied is nogal actief onder de aardkorst dus uit alle gaten en kieren komen fijne dampen naar boven. Een raampje open zetten heeft dus weinig zin want "Die LUCHT!", zoals vrind Joling het zou zeggen, is overal. We zullen zien of het went, want morgen gaan we de omgeving verkennen.
P.S. We hebben nu ook nog meer foto's toegevoegd bij het verhaal over de Tongariro Crossing.
dat is nog eens boffen om in zo'n spectaculair landschap rond te mogen wandelen, inclusief zwaveldamp
BeantwoordenVerwijderenfijn dat wij op afstand mee kunnen genieten exclusief zwaveldamp (en gelukkig zonder gasmasker!)
Ik hoop dat "Die LUCHT" heeft kunnen wennen want ik kan me voorstellen dat als je een dag in die stank moet rondlopen dit kan zorgen voor een knallende hoofdpijn. Raar dat mensen zich vrijwillig op zo'n plaats gaan vestigen, er moet vast meer zijn dan alleen stank of wat is de reden waarom er een dorp/stad op deze plaats ontstaan is?
BeantwoordenVerwijderenJé wat een land, op de foto's lijkt de natuur al bizar, laat staan dat je er in rondloopt. Geniet van de laatste week, paaseieren zoeken doen we volgend jaar wel weer.
BeantwoordenVerwijderenLiefs,mama